Ik zag
jouw handen open liggen
wijd uiteen gespreid
als een hulpeloos gebaar
je ogen glansden
stil omhoog
je volgde een wolk
die langzaam bewoog.
Zijn schaduw
deed het licht wijken,
zonnebloemen
zover we konden kijken,
bontge kleurde grote vlinders
dansten om ons heen.
Je lachte even
Kostbare seconden
regen zich
als pareltjes
aaneen.
Nóg liggen je handen open
nóg omfloerste ogen
in je gezicht.
Ik grijp je handen
en vouw ze samen
met de mijne dicht.
Anneke Bakker